In de Media - maart 2011 Vrije Geluiden

Ter gelegenheid van de Huil, klaag, bid en bemin toer met het Nederlands Blazers Ensemble was A Filetta te gast bij het tv-programma Vrije Geluiden van de VPRO.
Na het zingen van vier nummers, werd Jean-Claude Acquaviva door Melchior Huurdeman aan tafel uitgenodigd voor een kort interview.
M. H.: Dag, welkom.
J.-C. A.: Dank je.
M.H.: Het is echt ongelooflijk...
J.-C. A.: Heel erg bedankt.
M.H: En het is ook heel erg lichamelijk, waarom is dat?
J.-C. A: Nou, in de eerste plaats is het zo dat er om een paghjella te zingen, zo zonder instrumenten, heel veel concentratie nodig is en daarnaast is het een manier van zingen die ook daadwerkelijk heel lichamelijk is, want je bent er heel erg bij betrokken, je wordt gedwongen om heel je wezen in de zang te gooien, om met heel je wezen te luisteren naar de anderen, omdat het een manier van zingen is waarvan de maat niet vaststaat, die tamelijk vrij is, moet je tegelijkertijd heel veel geven en heel intensief luisteren. Dat is zowel lichamelijk als voor je zemuwen erg vermoeiend.
M.H.: Okee. Maar is er een teamleider die...
J.-C. A.: Nee, nee, er is geen koorleider, er is geen leider. Ik ben de componist binnen de groep, maar verder is er geen... als we iets instuderen, als we iets uitvoeren... we hebben het hier niet over de locica van een klassiek orkest, dat uiteraard een dirigent nodig heeft, een leider. Onze manier van zingen werkt zo niet, en daarom noopt het tot concentratie, luisteren en de betrokkenheid van allen.
M.H.: Ah, juist, het is democratisch.
J.-C. A.: Zeker.
M.H.: Het eerste lied, de eerste compositie, was dat een paghjella?
J.-C. A.: Ja.
M.H.: Wat is een paghjella precies?
J.-C. A.: Nou, de eertse zang was dus een paghjella. Dat is echt het tradionele gezang, het meest eigene dat we in Corsica bezitten. Het is een driestemmige zang, en feitelijk, zou ik zeggen, het gezang waaruit de gehele orale polyfone traditie voortkomt, die is gebaseerd op dat driestemmige model. Het ook de oudste, meest archaïsche manier van zingen, waarvan de exacte oorprong overigens onbekend is.
M.H.: Maar er zijn drie stemmen, is het niet?
J.-C. A.: Precies. Het is altijd driestemmig, er is wat we noemen de seconda, de eerste stem die het lied inzet. Dan is er de bassu, de lage stem die het geheel draagt, die in zekere zin de baslijn bepaalt. En dan is er nog de derde stem, de terza, die chronologisch gezien na de andere twee inzet en die met "mélismen", versieringen, het lied verfraait.
M.H.: En deze muziek heeft dus een nieuwe sociale functie gevonden?
J.-C. A.: Absoluut. Het was een muziek die bijna was verdwenen, want het was een muziek die een echo was van het platteland, van de rurale wereld van het binnenland van het eiland. Vervolgens is, door de twee wereldoorlogen, en met name de eerste wereldoorlog, het binnenland, het centrum van het eiland, enorm ontvolkt. Want veel mannen zijn naar het front vertrokken, zijn niet teruggekomen, en anderen hebben elders in het Franse rijk carrière gemaakt.De ontvolking van het platteland die daarop volgde had tot gevolg dat het gezang bijn a was verdwenen. Ebn toen, in de zeventiger jaren, ontstond het verlangen het terug te winnen, het opnieuw te verbreiden, en het is een manier van xzingen die vanaf die tijd inderdaad een nieuwe sociale rol is gaan vervullen. Het is een beetje de kenmerkende manier van zingen van een hele genaratie geworden, de generatie die wordt aangeduid als die van de jaren '70, de generatie die opnieuw een eigen identiteit voor Corsica opeiste, de mogelijkheid om onze eigen beslissingen te nemen en zo. En zo is het opnieuw de manier van zingen geworden van allen die deel uitmaakten van die zoektocht naar onze idenditeit.
M.H.: OK,. Al 33 jaar A Filetta. Een mooie tijd?
J.-C. A.: Een bijzonder mooie tijd. We zeggen vaak dat we een uizonderlijk avontuur beleven. We zijn een oude groep die heel erg hecht is gebleven. We hebben een hechte band met elkaar, en we hebben als groep, en dat zeggen we vaak tegen elkaar en ook bij concerten, het geluk gehad dit avontuur te mogen beleven. En dan zeggen we: een avontuur waar winstbejag, hiërarchie en machtsverhoudingen geel deel van uitmaken. In onze wereld zijn er niet zo veel plaatsen meer waar dat bestaat.
M.H.: En echte vrienden, samen?
J.-C. A.: Beslist.
M.H.: Hartelijk dank.
J.-C. A: Bedankt.
M.H.: Niets te danken. En veel succes met het NBE en Ernst Reijseger.
J.-C. A: Dat hoop ik ook.
M.H.:Bedankt en tot ziens.